De reis van "Rozenburg" naar "Les Trois Taillants".

Rozenburg vanuit de lucht.
Op deze pagina wil ik wat laten zien over de reis die wij telkens maken om in Les Trois Taillants te komen. Bijzondere of opvallende dingen die we kunnen zien vanuit de auto. Ik ben ook nog op zoek geweest naar extra informatie op het internet over veel bezienswaardigheden en wil dit graag met je delen. De reis begint in Rozenburg aan de achterkant van ons huis aan de Kerkweg. Hier wordt de aanhangwagen aangepikt en de reis kan beginnen vanaf de parkeerplaats van "Welgelegen".

De ingang van de Botlektunnel.
De reis gaat dan beginnen via de oprit van de grote weg naar de A15 richting Rotterdam. Hier hebben we dan de laatste mogelijkheid om naar alle industrie te kijken die Rozenburg omringt. Het is niet met veel pijn in het hart dat we al de fabrieken met de herrie en al de rare luchtjes voor een poosje gaan verlaten. Het eerste wat we tegenkomen op de A15 is de Botlektunnel. We gaan dan de Oude Maas onderdoor.

De Heinenoordtunnel.
Als we Rotterdam aan de zuidkant passeren gaan we bij Barendrecht op het Vaanplein richting het zuiden. Eindelijk gaan we dan de goede kant uit. We nemen de A29 langs de grote Ikea winkel van Barendrecht.We gaan dan door de Heinenoordtunnel de Oude Maas voor de tweede keer onderdoor. De A29 gaat door de Hoeckse Waard richting Numansdorp.

Aansluiten op de Haringvlietbrug.
Als we Zuid-Holland willen verlaten moeten we het Hollandsdiep over. Dit doen we met de Haringvlietbrug. Op het Hellegatsplein gaan we richting Noord-Brabant. Je gaat dan over de Volkeraksluizen. Na de sluizen wordt je van harte welkom geheten door de inwoners van Noord-Brabant door middel van het bord "Welkom in Brabant".

De sigaretten doos van Philip Morris.
Nadat we Noord-Brabant bijna doorkruist hebben komen we nog lang Bergen op Zoom. Hier bevind zich de grootste sigaretten fabrikant van Nederland. Philip Morris. Of deze gebouwen nu mooi zijn valt te bezien. Het is in ieder geval wel erg opvallend. Het is in ieder geval één van de laatste dingen die we van Nederland zien. Nog een kilometer of 15 en we zijn Nederland uit.

De kerncentrale van Doel.
Dan komen we België in. De grens is alleen maar herkenbaar door het wegdek. Je gaat van een redelijk begaanbare weg in Nederland plotseling over naar een hobbelige weg waar je constant op je hoede moet zijn voor flinke gaten in het wegdek. Dit is voor een volle wagen met een nog voller geladen aanhangwagen erg belangrijk om deze gaten te omzeilen. Het eerste dat we zien in België is de kerncentrale van Doel. Als je op de borden kijkt zijn we bij Zandvliet maar de centrale ligt blijkbaar in Doel. We zijn natuurlijk wel in België. Even rekening mee houden.

Het groene overdekte sportpaleis.
We komen dan al snel aan in Antwerpen. De ring van deze stad is altijd druk. Goed opletten dus. Het meest opvallende gebouw hier is het "Sportpaleis" met zijn groene dak. Je kan het markante gebouw steeds moeilijker zien vanaf de weg omdat er een nieuwe extra aanbouw gemaakt is. Maar Annette heeft er toch een mooie foto van kunnen maken.

Voorzichtig door de Kennedytunnel.
Dan aan het einde van de ring hebben we nog de Kennedytunnel. Deze tunnel gaat onder de Schelde door. Dit is altijd een moeilijk punt geweest. Er gebeuren hier altijd veel ongelukken en als de tunnel vast komt te staan staat de hele ring vast. Dus we gaan voorzichtig door de tunnel. In het normale mag je hier maar met 70 km/h doorheen. Ze hebben er inmiddels al van geleerd. Wanneer we de tunnel door zijn gaan we op weg richting Gent. En daarna volgen we de E17 via Kortrijk naar Lille.

De franse douane is niet thuis.
Na Kortrijk is het dan zover. Na het doorkruisen van België heb je behoefte aan echte goed verzorgde wegen. We zitten dan al zo'n 2,5 uur in de auto maar we gaan dan de belgisch/franse grens over. Het is niet bezienswaardig maar tijdens de reis is het wel een mijlpaal. De grensovergang is oud en vervallen. Er staan soms wel douane beambten maar die staan dan altijd aan de franse kant. In al de keren dat we hier langs zijn gekomen zijn we nog nooit aangehouden. Ook deze keer mogen we doorrijden. Alle verkeersborden weer in het frans. We voelen ons meteen weer thuis. Als dan de zon ook nog gaat schijnen heb je het meteen naar je zin.

De heftig gekleurde brug
De eerste grote stad die je tegen op de A1 naar Parijs is Lille. De belgen noemen het Rijsel. Dit is een totaal andere naam maar het schijnt dat Lille vroeger bij België heeft gehoord. En als je op de kaart kijkt zie je dat Lille eigenlijk in een soort kommetje ligt. Als je landsgrens gewoon door zou trekken ligt de stad inderdaad in België. Lille is de stad van de technologie. Er is een grote technische universiteit aanwezig. Wij rijden dwars door de stad. Er is een mooie grote weg aangelegd helemaal om de stad heen maar dan rij je wel 35 km. om. Dat doen we natuurlijk niet. Zodra je Lille voorbij bent ga je over deze gekleurde bruggen heen. Ze zorgen dat de autoweg over het "Canal de Roubaix" heen gaan. In het nederlands is dit gewoon het Schelde kanaal maar deze bruggen zien er flitsend uit met de kleuren geel, blauw en rood.
Opvallend langs de A1 wanneer je voorbij Lille gereden bent zijn de enorme steenbergen. Het ziet er erg kunstmatig uit. Dat is het ook. Dit is een afvalproduct van de mijnbouw die hier tot 1992 actief was. Als de steenkool vermengd met steen naar boven was gehaald vanuit de mijnen werd het gescheiden van elkaar. De steen die overbleef werd bewaard. Er is nog geprobeerd om de steen nog verder te zuiveren van steenkool maar dit is nooit een succes geworden. De bergen liggen hier nog steeds als aandenken aan een zeer actieve periode van mijnbouw. Ook rij je de hele route langs de baan van de TGV. De hoge snelheid train van Frankrijk. De bovenleiding van de trein is op de foto goed te zien.
Als we richting Parijs rijden over de A1 komen achtereenvolgens door de departementen, "Departement du Nord", "Pas de Calais", "Somme", "Oise", en dan in het "Val de l'Oise". Deze rivier moeten we bij "Pontoise" over om bij Parijs te komen. Je merkt goed dat je behoorlijk moet dalen en daarna klimmen. De volgepakte bus gaat dan maar met een gangetje van 60 of 70 km/h naar boven. Op de foto is erg goed te zien wat een impact de aanleg van een grote weg door het landschap heeft. Maar we maken er wel gretig gebruik van.
Iets ten noorden van Parijs ligt het vliegveld "Charles de Gaulle". Dit is in zijn geheel groter dan Schiphol. Het enige wat je er van merkt zijn natuurlijk de vele vliegtuigen die door de lucht gaan om te landen en op te stijgen. Maar de weg gaat in zijn geheel onder de landingsbanen door. Dit zijn dan verschillende brede viaducten die vlak achter elkaar liggen. Als je geluk hebt rijdt er net een vliegtuig over je heen als jij het viaduct onderdoor gaat. Op de foto kan je nog net de staart van een vliegtuig zien.
Dan komt dan eindelijk Parijs zelf. De lichtstad van Europa. We kunnen door de stad met de A68. Dit doen we alleen buiten de spitstijden. Als het drukker is kan je beter over de "Francilienne". Dit is de N104, een grotere rondweg die helemaal langs de buitensteden gaat. Het is natuurlijk verder rijden maar meestal wel zonder file. Ik heb de weg op het kaartje blauw aangegeven. Het is bij Parijs natuurlijk altijd druk en vol en het rijden vergt dan ook wel wat meer concentratie. Maar toch is het voor een uurtje wel leuk om je in deze drukke stad te begeven.
We volgen de N20 richting Etampes. Vanaf Parijs wordt het landschap nu behoorlijk heuvelachtig en om in Etampes te komen moeten er twee steile hellingen genomen worden. De volle auto met annhanger heeft het zwaar. Maar het is de moeite waard. Etampes is een oude stad, ontstaan in de 7e eeuw. Dus deze stad heeft door de eeuwen heen aardig wat oorlogen meegemaakt. Na alle heuvelruggen komen we na Etampes op een hoogvlakte die zich tot aan Orléans uitstrekt.
Op de hoogvlakte richting Orléans is het natuurlijk plat en voor franse begrippen een saai landschap. Er wordt hier veel verbouwd. Het enige wat hier te zien is zijn landerijen. Deze "champs" worden gebruikt voor het verbouwen van tarwe en het belangrijkste hier is de suikerbieten. Onafzienbare akkers met franse suikerbieten. In het voorjaar zijn deze velden bedekt met het bloeiende koolzaad. Dit is echt een geweldig gezicht. Ook erg mooi zijn de grote transformator gebouwen. Dit zijn mooie architectonische bouwwerken.
Deze N20 volgen we richting Artenay. Hier wordt in de herfst alle suikerbieten die op deze hoogvlakte verbouwd worden gebracht naar de suikerfabriek. Deze "sucrerie" is vanuit de verte al te zien. Het landschap is nog steeds erg vlak. Buiten een grote graansilo voor opslag en overslag, is de suikerfabriek het enige wat hier aan industrie te vinden is. In Artenay zelf staat nog wel een hele typische molen. Deze doet wel erg spaans aan maar we zijn nog steeds in Frankrijk. Als we de destilatietorens voorbij zijn gaan we hier de tolweg op. De A10 zal ons naar Orléans vervoeren. Omdat we dit stuk vanaf het noorden van Parijs eigenlijk weinig mogelijkheid hebben om te stoppen wordt nu steevast de aller eerste parkeerplaats bezocht voor een flinke plaspauze.
We volgen de A10 tot Orléans. Hier gaan we richting Vierzon. We moeten dan wel de A71 op om de goede kant op te gaan. Aan de zuid kant van Orléans gaan we over een oude stenen boogbrug de rivier de "Loire"over. Op het moment dat je boven het water bent heb je een prachtig uitzicht over de stad. Hier bevind zich een prachtige kathedraal. Ook in deze stad van "Jeanne d'Arc" is in het verleden menige oorlog uitgevochten. Het heeft ook wel een mooie strategische ligging zo precies langs de rivier.
Vanaf Orleans gaan we de A71 volgen tot aan Vierzon. De weg wordt steeds rustiger. We komen in steeds minder toeristisch gebied. Het enige dat wij van Vierzon zien als je we er langs rijden is de rotonde vlak naast naast de grote weg. Vanaf dit punt kan je eventueel weer de "Route National" gaan volgen.
Vanaf Vierzon waar de afsplitsing is naar de A20. Deze namen wij altijd als we naar de camping van Iris en Alistair gingen in la Semnadisse. Maar nu volgen we de A71 gewoon via Bourges naar Montlucon. We komen ook langs de stad St.Amand-Montrond. Hier hebben we in onze eerrste vakanties in Frankrijk veel vertoefd. Ten noord-oosten van deze stad ligt het dorp Bruere-Allichamps. Hier is een porcelein fabriek waar we in de uitverkoop al ons porcelein hebben gekocht voor de badkamer in Nederland. Maar er is hier nog iets aan de hand. Midden in dit dorp, op het pleintje staat een monument met een klein frans vlaggetje. Dit is het geografische middelpunt van Frankrijk. Waar je jezelf al niet druk over kan maken. Maar de fransen vinden zo belangrijk dat zij ook nog langs de grote weg een giga grote parkeerplaats met alles erop en eraan hebben neergezet met de naam "centre de france". Het viaduct waar je onderdoor rijdt maakt duidelijk dat dit toch heel bijzonder wordt gevonden.
Richting Montlucon blijven we nog steeds rijden op de A71. Het wordt echt heel rustig op de weg. Je merkt echt dat er hier gewoon minder mensen wonen in dit gedeelte van Frankrijk. Als we de vallei van de rivier de "Cher" inrijden nemen we hier de afrit van de grote weg. Eindelijk kunnen we Frankrijk echt bekijken. Eerst natuurlijk nog betalen bij het tolhuisje.
Eindelijk van die saaie tolweg af. We gaan nu de departementale wegen volgen. De D2144 richting Reugny. We rijden nu inmiddels ook in het landschap wat we zo mooi vinden. Glooiend met veel kleine boeren bedrijven met wat akkerbouw en veeteelt. Dat wil zeggen dat in het voorjaar er veel velden staan met bloeiend koolzaad en daartussen veel koeien met hun nieuwe kalfjes. Na de onpersoonlijke tolwegen is dit echt een verademing. In Reugny gaan we via Les Chézeaux op de D70 richting Audes.
Audes is echt een streek stad. Hier komen alle inwoners van de omringende dorpen naartoe voor de boodschappen en het verdere sociale leven. Hier zijn we inmiddels ook al meerdere malen geweest voor een rommelmarkt. Je rijdt om de schitterende kerk heen met daarvoor, volgens franse maatstaven, een "jeu de boules" of "petanque" baan.
Vanaf Audes volgen we de D70 verder richting het stadje "la Chapelaude". Hier slingeren we dwars doorheen op zoek naar de D40 om deze weg te volgen richting "Huriel". We beginnen al wat zenuwachtiger te worden want "les Trois Taillants" komt al redelijk dicht bij. Huriel is ook een streekstad. Alles is hier voor handen. Winkels, ambachtslieden, zelfs een auberge en natuurlijk de bakker. Er is hier een vrij grote burcht die duidelijk boven de stad uitsteekt en daarom dus ook duidelijk zichtbaar aanwezig is.
Bij de afslag van de D242 verlaten we de weg en gaan richting "Treignat". Onderweg hebben we nog een mooi uitzicht op "Montlucon" dat in het dal van de rivier de "Allier" licht. Het is hier alleen nu een beetje mistig.
Als we halverwege de weg naar "Treignat" zijn, op het hoogste punt hier van de omgeving ( en dat is 520 meter boven NAP ) nemen we de afslag. We gaan nu met de D66 richting "Nouhant". Het is nu nog zo'n 5 minuten rijden en dan hebben we ons doel weer gehaald. Ons geweldige stekkie in "Les Trois Taillants".







































